* work in progress *

_86A3390.jpg
_86A3433.jpg

Ik sprak hem op een avond, vertelde hem dat ik naaktslakken fotografeerde en hij vertelde me dat hij duiven ving. Hij trok mijn interesse. Wat doe je daar dan mee vroeg ik. ‘opeten’. Amsterdamse stadsduiven? De vlieggende ratten van de stad? ‘Ja’ antwoorde hij droog. En waar vang je die dan? ‘Bij de bakker’. ‘Naaa, van bakker tot bord, dat moet ik vastleggen!’. Ik hoor het me nog zeggen. Het was woensdag 8 september. Een nieuwe serie was geboren.

Ik had het hem gevraagd maar hij had aarzelend geantwoord. Vergunningen, oordelen… hij zou er over nadenken. Nog geen dag later had ik een gemiste oproep en een mail. De zolder was een lichte geschikte plek om te fotograferen. Ik kon morgen 16 uur komen. Dat was een deal.

16 uur. Ik druk op de bel. Hij laat me binnen, stuurt me naar de zolder, de plek op licht te beoordelen. Ik keur het goed, verwachtend dat we samen naar de bakker gaan, de plek waar het verhaal begint. Maar hij komt achter me aan met een zakje. 2 dode duiven. Ik mag kiezen. Een grote of een kleine, één met een slecht oog. Nog tijdens de eerste sectie die ik bijwoon wordt ik gevangen door de passie van deze man. Iedere stap licht hij toe, de spieren en organen benoemt hij met spannende latijnse bewoordingen en voor de nodige toelichting stuurt hij me naar dat boekje daar, blz 13 bovenaan. ‘Daar vind je het antwoord’. De scalpel trekt de huid voorzichtig open. Langzaam komt de borstspier, 2 stuks, ieder 35 gram, 3 duiven 210 gram, 2 dagen eten, tevoorschijn. ‘Hoeveel duiven vang je nu op een dag?’ ‘In het begin soms 12 of 16 op een dag. Ze liggen in de vriezer’. Na de ontleding legt hij het gewogen stukje rood vlees in het hoekje van het lege bamibakje. 4 in de hoeken, 4 ertussenin. Met 8 is hij vol. Ondertussen schrijft hij in grote zorgvuldigheid zijn meetgegevens op zijn blad. Het blad is goed gevuld. Info over gewicht, geslacht, lengte en soorten van de vleugels. Hij houdt het netjes bij. De krop gaat open. Met mijn overtuiging dat ik kauwgum, patat en peuken zou aantreffen heb ik een meevaller. Een dikke hand vol schone zaden, pitten, mais en erwten komen tevoorschijn. Ik ben verbaasd, verwonder me. Een meergranenduif. Jawel, in Amsterdam.

Eerder deed hij onderzoek naar de rui van reigers. Nu hoopt hij aan een duif, zonder te kijken naar gedrag en zonder open te snijden te kunnen zien wat de leeftijd van de duif is. Dan gaat het vooral om of de duif ouder of jonger is dan één jaar. Daarmee onderzoekt hij tegelijk ook het geslacht. Van alle duiven vindt hij informatie, maar hij benoemt wel, dit gaat over de populatie die ik vang en is daarmee geen conclusie over de hele Amsterdamse populatie of daarbuiten.

Velen malen bezoek ik de duivenonderzoeker. De vierde keer raak ik aan tafel. Een bord aardappels, groente en duif voor mijn neus. Het smaakt goed. Mals. Met een wijntje bespreken wij wat deze man verder gaat onderzoeken. ‘savonds loop ik naar huis. Een duif voor mijn fiets. Wat een fascinerende beesten.

_86A8177.jpg
_86A8132.jpg
_86A3484.jpg
_86A8293.jpg
_86A8141.jpg
_86A8108.jpg
_86A8327.jpg
_86A8181.jpg
_86A8333.jpg
_86A8335.jpg

Dit komt dus zo uit de krop van de duif. De krop is de voorraadzak van de duif die zit tussen zijn snavel en zijn slokdarm. Soms kun je van buiten zien dat de krop vol zit. Ik verwachtte de eerste keer dat ik vieze patat, peuken en kauwgum zou aantreffen. De schone zaden en pitten waren een grote verrassing. Wat je ziet op de foto is letterlijk wat eruit komt. Het is niet gesorteerd, of schoongemaakt. Bij de tweede duif trof ik hetzelfde aan. Sindsdien noem ik zijn duiven meergranenduiven.

_86A8415.jpg

In 25 vroegere jaren heb ik op allerlei plekken duiven bestudeerd en overlast helpen bestrijden. Het was mei 2020. Bij de kraam van de bakker op de Ten Katemarkt vlogen en liepen de duiven zo veelvuldig naar binnen, dat ik informeerde of zij dat als probleem zagen. Het bleek dat zij heel graag hulp wilden om het aantal duiven te beperken.

Ik bood mijn hulp aan om 1. zoveel mogelijk duiven weg te vangen en 2. daarbij eerder verzamelde gegevens aan te vullen met een serie goed vergelijkbare gegevens uit secties op de te vangen vogels.

Mijn onderzoeksvragen:

1. Er zijn veel verschillende kleden in het veld te onderscheiden; is daarin een dominantie-volgorde aan te brengen ?

2. Hoe verloopt het lichaamsgewicht gedurende het jaar in relatie tot sexe, broedtijd, ruiperiode en vet-opbouw ?

3. Zijn leeftijdskenmerken in het veld overeenkomend met die verkregen bij sectie ?

4. Hoe is de slagpen-rui getimed tegenover andere energie vragende processen als broeden en winterkou ?

5. Is er verschil in ruitijd tussen 1e jaars en oudere vogels ?

6. Is het verband tussen lichaamsgewicht en borstspiergewicht een konstante ?

7. Is er correlatie tussen gewicht, vleugellengte, staartlengte, koplengte, snavellengte en loopbeenlengte ?

8. Hoe groot is het verschil tussen loopbeenlengte (incl. huid) en de lengte van het bot ?

9. Geven de uitwendige afmetingen van de krop een redelijke afspiegeling van de hoeveelheid vulling ?

_86A3421_2.jpg
_86A3340_2.jpg

Hij leerde me dat je dode duiven nooit dezelfde dag moet eten.

_86A3398.jpg
_86A3376.jpg
_86A3330.jpg

Bij berekeningen met het lichaamsgewicht zal ik steeds het totaalgewicht minus de kropinhoud hanteren. De hoeveelheid kropvulling heb ik namelijk zelf gemanipuleerd door de kooivangsten.